We go again
Sinds het memorabele mondiale toernooi in Qatar zijn de welbekende WK-kriebels eindelijk weer teruggekeerd. Het Nederlands Elftal mag het de komende zomer weer proberen en Ronald Koeman zal ook het aanstaande toernooi in Noord-Amerika aan de touwtjes trekken.
Met een stevig trauma op zak, bestaande uit 3 verloren finales, heeft Oranje wat WK’s betreft zowel hoop als vrees. Zoveel finales halen is indrukwekkend, maar je wilt het meest prestigieuze voetbaltoernooi ter wereld ook een keer winnen.
Voetbalminnend Nederland is van nature vrij kritisch en ook nu wordt niet van die gewoonte afgeweken. De bondscoach zou niet geschikt zijn, onterecht de voorkeur geven aan persoonlijke favorieten en pragmatisch voetbal spelen.
Een ander probleem zou de positie van de spits zijn en het ontbreken van een wereldklasse ‘6’ als Mark van Bommel of Nigel de Jong. Oranje zou dus op een paar cruciale posities kwalitatief tekortschieten en moet wanhopig op zoek naar de ideale oplossing.
Is de opleving van Malen in Italië niet spectaculair genoeg, dan is het cruciaal dat Memphis Depay topfit is. Zo niet, dan kan Nederland afgeschreven worden voor het WK en ligt vroegtijdige uitschakeling voor de hand.
De nuance zou echter ook anders kunnen zijn. Nederland heeft namelijk wel degelijk de middelen om er een succesvol toernooi van te maken en het vinden van de ideale nummer 9 moet veel lager op het prioriteitenlijstje staan.
Sterker nog, de huidige selectie van het Nederlands Elftal beschikt over ‘profielen’ waar menig grote voetballanden jaloers op zijn.
De focus ligt in het voetbal vaak op het bedenken van wensen om daar vervolgens de ideale speler bij te zoeken. Aan de andere kant kan er ook gekeken worden naar wat er beschikbaar is, om daar vervolgens een ideaal systeem voor te creëren.
Als Oranje zich schuldig maakt aan dat laatste, ligt een succesvol toernooi binnen handbereik.

Rise to the occasion
Het voelt iedere keer als een open deur intrappen, maar de meest succesvolle teams en sporters worden gedefinieerd door hun wedstrijdmentaliteit. Dit treft uiteraard voorbereiding, maar vooral je capaciteit om met bepaalde scenario’s om te gaan die niet te voorspellen zijn.
Een verrassend overpresterend Rusland, een uiterst vervelend Argentinie, de kansen tegen Spanje en de typerende nederlaag tegen Engeland: Het Nederlands elftal heeft grotere zorgen dan het ontbreken van de luxepositie om te moeten kiezen tussen Robin van Persie en Klaas-Jan Huntelaar.
Te veel wordt er gezocht naar de perfecte speler of formatie, te weinig aandacht gaat naar de benodigde collectieve mindset tijdens een knock-out toernooi.
Nederland heeft helaas ervaring met teleurstellingen op eindtoernooien en iedere keer zijn kleine marges de uitleg waarom het weer niet gelukt is. Echter zijn diezelfde marges te voorkomen. Nee, niet door de perfecte spits, het aanstellen van Peter Bosz of het switchen naar een 5-3-2.
Veel belangrijker is de verandering van de mindset van het Nederlands elftal. En op dat gebied zijn er treffende voorbeelden waar naar gekeken kan worden.
Denk aan Argentinië tijdens het WK in Qatar, het Liverpool onder Klopp, Arteta’s Arsenal, het Atletico onder Simeone, Barça onder Hansi Flick en de huidige dominantie van PSG. Verschillende teams met managers die totaal andere filosofieën hanteren en de beschikking hadden over heel andere spelersprofielen.
Toch is er bij deze teams een cruciale overeenkomst zichtbaar: aan alles wat ze lieten zien was de hand van de trainer en het elftal-DNA overduidelijk.
Argentinië kreeg het voor elkaar om 18 spelers te laten voetballen alsof hun leven ervan afhing, en dat geldt ook voor de spelers van de andere genoemde teams.
PSG verloor Neymar en Mbappé in relatief korte tijd. Liverpool zou een middenveld hebben van subtop niveau. De aanval van Arsenal zou bij lange na niet goed genoeg zijn. Barcelona zou de financiële problemen en het gebrek aan adequate centrale verdedigers niet aankunnen. Argentinië moest met een matige verdediging en 10 man voetballen omdat Messi niets deed zonder bal. Toch was er weinig van deze mankementen te merken zodra er werd afgetrapt.
Het punt is dat ieder succesvol of overpresterend team, net zoals het huidige Nederlands Elftal, belangrijke profielen mist.
Uiteindelijk heeft weinig hiervan uitgemaakt, omdat de mindset en de structuur volledig klopte. Dit is waar de focus bij Nederland ook veel meer op moet liggen, in plaats van het ontbreken van de perfecte speler op een bepaalde positie.
Op toernooien is het belangrijker dat je niet verliest, dan dat je groots wint
Het is waar dat het Nederlands Elftal geen beschikking heeft over van Persie, Robben en van Bommel, en dat doet pijn. Daartegenover heeft Nederland kwaliteiten waar in 2010 en 2014 maar weinig van te bekennen was.
De meesten zijn het erover eens dat de centrale verdedigers van een uiterst hoog niveau zijn. Maar Nederland beschikt tegenwoordig ook over uitstekende ´dubbele profielen´ op de backposities. Dit fenomeen lijkt de laatste jaren toe te nemen. Grote trainers als Pep Guardiola, Xabi Alonso en Mikel Arteta maken hier gebruik van en om voorbeelden te noemen kan je denken aan spelers als Josko Gvardiol, Piero Hincapie, Jurrien Timber en Jules Koundé.
Dit soort spelers brengen de verdedigende kunde van een centrale verdediger, maar zijn aan de bal goed genoeg om bepaalde elementen van een vleugelverdediger te spiegelen. Het Nederlands Elftal heeft momenteel een mooie set aan opties voor deze positie, en daar moet de komende zomer gebruik van worden gemaakt.
Over het middenveld is het ontbreken van een wereldklasse nummer 6 al voldoende benoemd. Ergens terecht, maar dit blijft een linie waar het Nederlands Elftal een wapen van kan maken. Met Frenkie de Jong en Ryan Gravenberch is er het technisch en controlerend vermogen om de grootste landen te matchen.
Indirect gaat dit er ook voor zorgen dat Nederland verdedigend stabieler is, omdat er door de technische betrouwbaarheid minder momenten zullen zijn dat Nederland onnodig de bal kwijtraakt. Het middenveld kan dan aangevuld worden met een intelligente loper als Reijnders of iemand met de traptechniek van Teun Koopmeiners. Wel zal het van enorm belang zijn dat Gravenberch en de Jong fit blijven, omdat het kwalitatieve gat na deze twee fors is.
De aanval is ongetwijfeld de meest besproken linie. Oranje beschikt traditioneel over wereldtoppers voorin, terwijl het momenteel misschien wel de zwakste linie is. Cody Gakpo en Donyell Malen zijn uitstekende spelers, maar vergeleken met wat de andere toplanden voorin hebben is het wel wat armoedig. Nu is het wel zo, vanwege de potentie van de verdediging en het middenveld, dat dit geen enorm probleem hoeft te zijn.
Hiervoor moet dus nog wel een shift plaatsvinden of verbetering merkbaar zijn. Te vaak heeft Nederland wereldklasse verdedigers op het veld staan en voldoende spelers achter de bal, maar wordt er toch te eenvoudig geïncasseerd.
Minder aandacht moet gaan naar hoeveel verdedigers de aanvallers kunnen passeren, en meer aandacht naar hun tactische discipline, pressing en de obsessie om te winnen.
Er is inspiratie en hoop voor een mooi WK
In 2010 en 2014 had Nederland aanvallers van wereldklasse en was de achterhoede kwetsbaar, en frustrerend genoeg is dat momenteel net andersom. Toch kan er met oprechte hoop worden uitgekeken naar het aanstaande WK.
Nederland heeft namelijk een team om tussen de zestienmetergebieden te domineren, spelers om doelpunten over het hele veld te genereren en de beschikking over wereldklasse verdedigers. Dit laatste geeft de mogelijkheid om te ‘lijden’ zonder bal tegen de toplanden, iets waar bijvoorbeeld het Champions League-winnende Chelsea van Thomas Tuchel zo goed in was.
De quote van PSV-trainer Peter Bosz is ook een inspirerende. PSV zat namelijk in een moeilijke periode en Bosz kreeg de vraag hoe de PSV-machine weer op volle toeren is gaan draaien. De trainer gaf hierbij aan geïnspireerd te zijn geraakt door Arteta.
Arsenal was namelijk, zowel in aanvallend als verdedigend opzicht, in staat om constant de tegenstander te ‘overrompelen’. Hierdoor was er continu aansluiting en dus een sterke bezetting. Dezelfde trainer, dezelfde spelers maar een andere mentaliteit: PSV raakte weer in vorm en succes volgde.
Het Nederlandse voetbal heeft veel zaken op orde. Het opleiden van de jeugd, de bepalende rol in het totaalvoetbal, het voortbrengen van absolute grootheden en de wereldberoemde trainersopleiding: Op meerdere gebieden is er indruk gemaakt en bekleden we internationaal zelfs een voorbeeldfunctie.
Zonder bal, op het mentaal-tactische aspect, is verbetering mogelijk en zelfs noodzakelijk.
Het wordt deze zomer tijd dat het Nederlands Elftal ook op dat vlak laat zien wat voor gigantisch voetballand het is.
